Ketose of slepende melkziekte: een ongezien gevaar?
15 april 2025Ketose, of slepende melkziekte, is een stofwisselingsziekte die vaak subklinisch voorkomt bij melkkoeien in de eerste weken van de lactatie. De ziekte treedt op als gevolg van een negatieve energiebalans, veroorzaakt door een te lage voeropname en een hoge melkproductie. Net na afkalven is de koe nog niet in staat om voldoende voer op te nemen om de energiebehoefte volledig te dekken. Als gevolg hiervan gaat de koe haar eigen lichaamsreserves afbreken.
Symptomen en oorzaken ketose of slepende melkziekte
Bij klinische ketose komen symptomen als verlaagde melkproductie, een lager melkvetgehalte, daling in lichaamsgewicht, harde droge mest en soms zelfs gedragsproblemen voor. Subklinische ketose heeft geen directe symptomen, maar heeft wel negatieve effecten op de algehele gezondheid van de kudde, vooral op de vruchtbaarheid en op de melkproductie.
De oorzaak van ketose net na het afkalven is de negatieve energie balans (NEB). Om de koe zoveel mogelijk hier in te ondersteunen is een passend rantsoen al in de droogstand van belang. Hierdoor blijft niet alleen haar lichaamsconditie beter op peil, ook de melkproductie en vruchtbaarheid worden ondersteund. Het gevaar hier is dat een koe te vet wordt in de droogstand, wat ook tot negatieve effecten, waaronder ketose, leidt. Continue monitoring van de lichaamscondities van de koeien is daarom van belang.
Preventieve maatregelen ketose of slepende melkziekte
De negatieve energiebalans voorkomen is bijna niet mogelijk, maar er zijn wel maatregelen die genomen kunnen worden om de kans op ketose preventief te verkleinen:
- Lichaamsconditie. Probeer een goede lichaamsconditie aan te houden, door de droogstaande koe niet te vet maar ook niet te mager te laten worden;
- Voerrantsoen tijdens droogstand. Voer niet teveel energie in de far-off droogstandsperiode aangezien dit de voeropname in close-up periode en na het afkalven kan verminderen;
- Zetmeel gehalte. Het rantsoen voor verse koeien moet voldoende (bestendig) zetmeel bevatten om glucose tekort te verminderen en melkproductie te ondersteunen.
- Choline toevoegen. Choline, ook wel vitamine B4, draagt bij aan het in de hand houden van de negatieve energiebalans en ondersteunt de lever in het verminderen van leververvetting en ketonenproductie.
Veel risicofactoren zijn al weg te nemen door het rantsoen te optimaliseren. Naast het voer moeten ook management en huisvesting optimaal zijn om de kans op ketose te verkleinen.
Het verloop van ketose
Ketose komt als subklinische variant het meest voor, wat het een lastige ziekte maakt. Het is namelijk niet direct te detecteren bij de dieren. Nadelige gevolgen, zoals verminderde vruchtbaarheid, verlaagde melkproductie en lebmaagverplaatsingen worden vaak veroorzaakt door subklinische ketose, maar kunnen ook andere oorzaken hebben.
NEFA omzetting
Lacterende koeien hebben veel glucose nodig voor de omzetting naar lactose, om melk te produceren. Wanneer een koe zich in een negatieve energiebalans bevindt, kan het onvoldoende glucose uit het voer opnemen en gaat het op een andere manier glucose produceren. De koe gaat haar lichaamsreserves aanspreken. Ze gaat meer eigen vet afbreken tot niet-veresterde vetzuren (NEFAs), om deze vervolgens in de lever om te zetten tot energiebron. Het omzetten van NEFAs kan op verschillende manieren, met elk zijn voor- en nadelen.
NEFAs kunnen direct als energiebron worden gebruikt wanneer ze compleet geoxideerd worden in de lever. Maar, de hoeveelheid NEFAs die direct als energie gebruikt kunnen worden is gelimiteerd. De overige NEFAs worden dan maar gedeeltelijk geoxideerd tot ketonen. Dit is een inefficiënt proces. Een klein deel van de ketonen kan nog weer ‘hergebruikt’ worden als energie, maar een groot deel komt in het bloed terecht. Dit is niet wenselijk aangezien ketonen giftige afvalstoffen zijn, die bij een inefficiënte vetmobilisatie vrijkomen. Accumulatie van ketonen in de lever en in de bloedbaan kan tot nog meer problemen leiden, zoals een verlaagde voeropname en verhoogde vetmobilisatie. Dit leidt uiteindelijk tot een vicieuze cirkel. Want hoe minder een koe eet, hoe hoger de NEB wordt, en des te meer ketonen worden geproduceerd in de lever.

Leververvetting
Daarnaast wordt een deel van de NEFAs veresterd tot triglyceriden. Deze worden gedeeltelijk omgezet tot VLDLs. VLDLs zijn “very low density lipoproteins”, die weer gebruikt worden bij de productie van melkvet. Ook hier is het probleem dat er weer een limiet op zit op wat de lever kan produceren. Het overige deel van de triglyceriden wordt opgeslagen in de lever. Dit is niet direct een probleem, maar tijdens ketose is er een accumulatie van NEFAs en bouwt het aantal triglyceriden dat wordt opgeslagen in de lever snel op. Dit leidt vervolgens tot leververvetting. Een vervette lever is minder goed in staat om bloed te filteren, wat negatieve gevolgen heeft voor de weerstand. Tevens produceert een vette lever ook meer ketonen, waardoor de koe in een vicieuze cirkel terecht komt.

Ketose behandelen
Slepende melkziekte is dus een stoornis in de (vet)stofwisseling van een verse koe met kans op verminderde melkproductie, vruchtbaarheidsproblemen en leververvetting. Om problemen zoveel mogelijk te voorkomen, is tijdig handelen noodzakelijk. Door regelmatig te monitoren op symptomen, kan (sub)klinische ketose gecontroleerd en behandeld worden.
Diagnose
Om ketose te kunnen behandelen, moet er eerst een diagnose worden gesteld. U kunt letten op veelvoorkomende symptomen, zoals:
- Sterke daling in gewicht/conditie
- Slome koeien
- Niet/slecht tochtig
- Daling in melkproductie
- Doffe vacht
- Daling in eetlust
- ‘Stinkende’ adem/urine (ketonen zorgen voor een acetongeur)
Wanneer enkele symptomen zich voordoen is het verstandig om een ketonentest uit te (laten) voeren. Dit geeft snel een betrouwbaar beeld over het ketose gehalte in het bloed of in de melk. Subklinische ketose zal minder opvallen, dus goede monitoring van de dieren is essentieel.
Behandeling
Bij acute gevallen van klinische ketose, moet er vlot worden gehandeld. Een veelgebruikte behandeling is dan een glucose infuus, om te voorkomen dat de koe nog meer lichaamsvetten gaat afbreken waarbij ketonen ontstaan. Daarnaast wordt propyleenglycol ook vaak oraal toegediend, dit kan snel worden omgezet tot glucose (energie).
Risicofactoren
Wanneer er sprake is van subklinische ketose, is het van belang om zoveel mogelijk risicofactoren weg te nemen. Dit is niet alleen het geval voor droogstaande of verse koeien, maar voor koeien door de hele lactatiecyclus heen. Mogelijke factoren waar men aan kan denken zijn:
- Te snelle voerovergangen
- Problemen rond het kalven, zoals mastitis of baarmoederontsteking
- Te weinig (vers) voer per koe aanwezig
- Onvoldoende voerplekken
- Te veel veranderingen in de lichaamsconditie
- Sociale stress
- Suboptimale huisvesting en klimaat
Veel van deze factoren zullen er uiteindelijk toe leiden dat een verse koe (nog) minder gaat eten, wat haar NEB vergroot en kans op ketose toeneemt. Het is dan ook essentieel dat koeien in begin van de lactatie blijven eten door het voer op welke manier dan ook zo aantrekkelijk mogelijk te maken.
Wilt u meer informatie over dit onderwerp of een vrijblijvend adviesgesprek?
Neem dan contact op met een van onze specialisten.
- Martin Damhuis
- Nutritionist rundveevoeders, specialist rundveehouderij
- 06 107 571 42
- mdamhuis@booijinkveevoeders.nl

