Vacatures
Contact Login en bestel

Energie, de brandstof voor het lichaam

14 januari 2023

Dieren hebben energie nodig voor alle vitale lichaamsfuncties, zoals hartslag en ademhaling, het reguleren van de lichaamstemperatuur en beweging. Het lichaam verliest continu energie in de vorm van afvalstoffen en warmte, waardoor er altijd een behoefte aan energie is. Daarnaast is er ook energie nodig voor de productie van het dier.

Energie wordt geleverd door koolhydraten en vetten. Eiwitten kunnen ook gebruikt worden als energiebron, maar dit is onwenselijk en bovendien niet efficiënt.
Het gebruiken van eiwitten als brandstof betekent dat het lichaam onvoldoende
koolhydraten en vetten tot zijn beschikking heeft om te gebruiken als energiebron, en dat er spiermassa wordt afgebroken als alternatief.

Vetten worden in de lever afgebroken tot glycerol en vetzuren. Glycerol wordt vervolgens gebruikt als energiebron, terwijl de vetzuren een belangrijk onderdeel vormen van verschillende lichaamsstoffen. Vetten leveren ruim twee keer zoveel energie op als koolhydraten. Echter, een dier kan met de opname van koolhydraten uit het rantsoen volledig in zijn energiebehoefte voorzien. Er is dan ook geen behoefte aan vetten als energiebron; er is enkel een behoefte aan vetten als oplosmiddel voor de vet-oplosbare vitamines A, D, E en K. Daarnaast heeft het lichaam specifiek behoefte aan vetzuren.

“Vetten leveren twee keer zoveel energie als koolhydraten”

Koolhydraten worden niet gezien als een essentiële voedingsstof, omdat het dier zelf koolhydraten kan opbouwen vanuit verschillende andere lichaamsstoffen. Koolhydraten die worden verteerd en opgenomen in het lichaam worden direct gebruikt als energie. In tegenstelling tot planten slaan dieren nauwelijks koolhydraten op als energiebron. Bij een overschot worden koolhydraten opgeslagen in de vorm van vetten. De voorraad aan koolhydraten in het lichaam van het dier komt snel beschikbaar, maar raakt ook snel uitgeput. Het snel beschikbaar komen van energie uit deze opgeslagen koolhydraten geeft het dier de tijd om het lichaamsvet af te breken.

“Koolhydraten worden nauwelijks opgeslagen in het lichaam”

Koolhydraten bestaan uit verbindingen van simpele, of meer complexe suikermoleculen. De nutritionele waarde van koolhydraten varieert enorm en worden meestal opgedeeld in structurele en niet-structurele koolhydraten. Niet-structurele koolhydraten zijn suiker en zetmeel, en leveren veel energie voor het dier. Zetmeel bestaat uit een keten van glucosemoleculen en wordt verteerd door enzymen. Het enzym amylase wordt geproduceerd door het dier zelf. Dit begint al in de mond. Speeksel bevat onder andere amylase. Kauwen zorgt ervoor dat de deeltjes worden fijngemalen en er meer oppervlak is voor het enzym om in te werken. In de dunnen darm wordt zetmeel verder verteerd en door het lichaam opgenomen.

 

Structurele koolhydraten, ook wel vezels genoemd, zijn complex en worden opgeslagen in de celwanden van planten. Dieren zijn door vertering van deze koolhydraten afhankelijk van microbiële fermentatie in het maagdarmkanaal. Bacteriën in de pens of darm van het dier kunnen enzymen produceren die structurele koolhydraten kunnen afbreken. Waar bij herkauwers de pens een groot fermentatievat is, hebben varkens maar een kleine fermentatiecapaciteit en kan er dan ook minder energie uit structurele
koolhydraten worden gehaald. De afbraak van structurele koolhydraten levert als eindproducten vluchtige vetzuren (azijnzuur, propionzuur en boterzuur) op. Deze vetzuren kunnen weer als energiebron worden gebruikt voor de bacteriën of worden opgenomen door het lichaam van het dier.

Wilt u meer informatie over onze producten of een vrijblijvend adviesgesprek?

Neem dan contact op met een van onze specialisten.

Neem contact op

Fennie Bouwknegt, Nutritionist bij Booijink Veevoeders
Deze website gebruikt cookies. Door OK te kiezen of gebruik te maken van deze website geeft u hiervoor toestemming. Kies ‘Instellingen wijzigen’ voor meer informatie.
Annuleren2