Smakelijk en houdbaar ruwvoer, ook na de eerste snede
9 april 2026Wij koelen, pekelen of fermenteren ons voedsel om houdbaarheid en smaak te verbeteren door ‘slechte’ micro-organismen de kop in te drukken. Voor ruwvoer kan dat ook. Door de balans van ‘goede’ bacterien te bevorderen, kunnen we ‘slechte’ micro-oranismen tegengaan. Een optimaal microklimaat zorgt voor smakelijker voer, gezondere dieren, behoud van voederwaarde en dus meer melk of vlees uit ruwvoer.
Hoge voederwaarde in de kuil
De voederwaarde in de kuil is bij de teelt al sterk afhankelijk van de rassenkeuze, de onkruidbestrijding, de voeding van het gewas en het oogstmoment. Daarnaast zit er een hele belangrijke schakel tussen het maaien/oogsten van het gewas en het voeren aan het dier, en dat is het in- en uitkuilmanagement. Deze schakel is bepalend voor de voederwaarde in de kuil en of deze wordt omgezet in melk en/of vlees, of dat deze verloren gaat. Hoe beter het klimaat in de kuil is, des te beter blijft de voederwaarde bewaard. Op de kuilanalyse is dat af te lezen aan de pH-waarde, de zuren en de NH3-fractie. En dit zorgt er weer voor dat de kuil lekker ruikt, de dieren het voer graag vreten, de voeropname hoog is, de dieren gezonder blijven en er dus tegen een hoger rendement geproduceerd wordt.
Inkuilmiddel
Een inkuilmiddel bestaat uit een combinatie van bacteriën. Deze bacteriën worden opgelost in water en toegevoegd aan het ruwvoer. Hier zetten zij een klein gedeelte van de suikers en makkelijk zetmeel om in zuren, welke vervolgens zorgen voor conservering en het remmen/doden van gisten en schimmels.
Dit zorgt ervoor dat de voederwaarde en verteerbaarheid van de kuil behouden blijft en het ruwvoer langer houdbaar, smakelijker en gezonder blijft.
Wanneer toevoegen?
Het beste is om het inkuilmiddel tijdens het oogsten van je gewas, via de hakselaar, het inkuilmiddel toe te voegen. Met een hakselaar kun je met minder vocht een goede verdeling krijgen omdat door de vernelevingswerking in de pijp en het vaak kortere hakselen de bacteriën met het vocht goed verdeeld worden. Met een opraapwagen en balenpers adviseren we meerdere nozzels bij de invoer te gebruiken en een hogere waterdosering (ca. 1-2 liter per ton product) te hanteren. Hoe droger het ruwvoer is, hoe meer water je dient te gebruiken.
Broei in kuil voorkomen
Er zijn verschillende manieren om broei in de kuil te voorkomen. We benoemen graag een aantal aandachtspunten voor tijdens het in- en uitkuilen:
→ Zorg voor een zonnige en korte veldperiode. Hoe langer het duurt tussen maaien en zuurstofarm maken, hoe meer slechte micro-organismen mee de kuil ingaan. De zon zorgt voor suikers, waardooro het Ph naar beneden gaat.
→ Gebruik voldoende gewicht op de kuil met het aanrijden, hierdoor krijg je meer verdichting en komt er minder zuurstof in de kuil
→ Sluit de kuil snel luchtdicht af. Slechte micro-organismen houden van zuurstof.
→ Vuistregel voor het verdichten van de kuil is dat de helft van de aanvoer in tonnen/uur aan gewicht op de kuil moet.
→ Gebruik onderfolie/folie bij het afdekken van de kuil.
→ Zorg dat de kuil niet te droog is, anders kunnen de micro-organismen van het inkuilmiddel onvoldoende hun werk doen.
→ Plaats voldoende gewicht op de kuil, denk aan zand, slurven, banden en kleden.
→ Zorg ervoor dat de pH-waarde snel naar beneden gaat. Hier zijn melkzuurvormende bacteriën voor nodig.
→ Zorg ervoor dat wilde gisten geremd/gedood worden. Hier zjin propion/azijnzuurvormende bacteriën voor nodig.
→ Hanteer een voersnelheid van 1,5 meter per week in de winter en 2 meter per week in de zomer.
→ Zorg voor een glad snijvlak bij het uitkuilen.
→ Zorg ervoor dat er geen losse voerresten voor de kuil liggen.
Hoe beoordeel ik mijn graskuil
Er zijn een aantal manieren om de kwaliteit van je graskuil te meten, namelijk:
→ Ga ruiken aan de kuil. Herkauwers gaan ook af op hun neus. Een goede geur is bepalend voor de droge stof opname.
→ Lees een kuilanalyse af. Een kuilanalyse geef je inzicht in o.a. het drogestofgehalte, de pH-waarde, boterzuur, melkzuur, azijnzuur, RAS en NH³-fractie. Dit zijn allemaal belangrijke indicatoren voor het conservingsproces en de houdbaarheid van de kuil.
→ Kijk naar de resultaten van de herkauwers. Hoe zit het met de productie van melk en/of vlees, hoe staat het met de gezondheid, met welk ureumgehalte heb je te maken etc.? Deze resultaten zeggen allemaal iets over de kwaliteit van het ruwvoer.
→ Kijk naar de drogestofopname, zowel uit het ruwvoer als totaal.
→ Beoordeel de kuil zelf. Hoe houd deze zich aan het snijvlak, maar bijvoorbeeld ook aan het voerhek. Beoordeel het product bij vers voeren, na 4 uur en na 8 uur aan het voerhek en kijk wat er verandert qua geur en consistentie.
Het ideale drogestofgehalte
Het ideale drogestofgehalte in de kuil ligt tussen de 35 en 45%. Uiteraard is dit deels afhankelijk van hoeveel je van het geoogste ruwvoer wilt voeren. Wanneer je intensief bent en veel natte bijproducten wilt voeren, kan wat droger ruwvoer beter passen, maar zorg dat het niet te droog is. Belangrijk om te weten is dat slechte micro-organismen van zuurstof en een hoge pH-waarde houden. Hoe droger een kuil is, des te meer zuurstof er in 1 kuub zit en hoe hoger de pH-waarde is. En hoe meer ruimte de slechte micro-organismen dus krijgen.
Bacteriën hebben vocht nodig, ook de gewenste bacteriën die zorgen voor een goed klimaat in de kuil en de slechte micro-organismen remmen en/of doden. Deze gewenste bacteriën produceren zuren die bijdragen aan de smakelijkheid en de houdbaarheid van de kuil en de productie uit het ruwvoer.
Wanneer je kuil een hoger drogestofgehalte dan 45% heeft, houd je teveel zuurstof vast in 1 kuub en worden slechte micro-organismen, met in de eerste plaats gisten, weer snel actief bij het uitkuilen. Wanneer je kuil een lager drogestofgehalte dan 35% heeft, kan dit zorgen voor een te hoge zuurproductie en moeten je dieren veel kilo’s product vreten voor hun drogestofopname. Als je maximaal uit je graskuil wilt melken is een drogestofgehalte van 40% een mooi streven voor de juiste houdbaarheid, verdichting, opname en de hoeveelheid melk en/of vlees die je uit eigen geteeld ruwvoer kunt produceren.
Wilt u meer informatie over onze producten of een vrijblijvend adviesgesprek?
Neem dan contact op met een van onze specialisten.
- Kay Poppe
- Specialist rundveehouderij
- 06 273 671 40
- kpoppe@booijinkveevoeders.nl

