Vacatures
Contact Login en bestel

Omgaan met de voorspelbare kwaliteit van voorjaarsgras

2 april 2026

De voederwaarde van vers gras ontwikkelt zich gedurende het jaar volgens een duidelijk en terugkerend patroon. Kengetallen zoals VEM (energie), ruw eiwit (RE), suiker en NDF veranderen op een vrij voorspelbare manier van het voorjaar richting zomer en najaar. Inzicht in dit verloop maakt het mogelijk om het rantsoen van melkvee tijdig en gericht aan te passen.

Energie-, ruw eiwit- en suikergehaltes

 

Energie (VEM)
In het vroege voorjaar bevat gras een zeer hoge energiewaarde, met VEM-gehalten die kunnen oplopen tot circa 1100. Naarmate het seizoen vordert, daalt deze waarde geleidelijk.

Ruw eiwit (RE)
Het eiwitgehalte van voorjaarsgras is relatief hoog. In de loop van het voorjaar neemt dit af, waarna in het najaar vaak weer een stijging optreedt. Kenmerkend voor voorjaarsgras is dat het eiwit goed bestendig is, waardoor het efficiënt door melkvee benut kan worden.

Suiker
Het suikergehalte is in het begin van het groeiseizoen hoog, maar neemt vrij snel af naarmate de groeiomstandigheden veranderen.

Twee fasen in het voorjaar
Binnen het voorjaar zijn grofweg twee perioden te onderscheiden. In de eerste fase is er sprake van hoge energiewaarden, veel suiker en relatief veel (bestendig) eiwit. In de tweede fase nemen deze waarden geleidelijk af. Dit proces verloopt elk jaar op vergelijkbare wijze.

Tijdig bijsturen van het rantsoen
Doordat het verloop van de graskwaliteit voorspelbaar is, kan het rantsoen hier proactief op worden afgestemd. Bij de start van het weideseizoen kan de eiwitgift in de bijvoeding worden verlaagd, omdat het gras voldoende eiwit levert. Naarmate het voorjaar vordert en het eiwitgehalte in het gras daalt, is het nodig om dit weer aan te vullen via het rantsoen op stal.

Een vergelijkbare aanpak geldt voor de energievoorziening (VEM). Door tijdig bij te sturen, kan worden voorkomen dat de voederbenutting verslechtert of dat productieprestaties onder druk komen te staan.

Belang van vroeg weiden
Het vroeg in het seizoen laten weiden van koeien maakt het mogelijk optimaal gebruik te maken van de hoge voederwaarde van vers voorjaarsgras. Daarnaast draagt een voldoende groot weideareaal bij aan een hogere opname van droge stof uit vers gras.

Maaibeheer en inkuilstrategie
Het maaien en inkuilen van gras kan strategisch worden ingezet om de voederkwaliteit te ondersteunen. Een vroege eerste snede, meestal eind april of begin mei, levert doorgaans gras met een hoge voederwaarde. Door dit gras relatief droog in te kuilen (tot circa 50% droge stof), ontstaat een gunstige verhouding tussen DVE en OEB.

Door meerdere snedes vóór de bloeifase te oogsten, blijft de kwaliteit van het ruwvoer beter behouden.

Belangrijke aandachtspunten:

Bij het werken met voorjaarsgras zijn de volgende punten van belang:

  1. Inzicht in het patroon
    De voederwaarde van gras volgt een voorspelbaar seizoensverloop.
  2. Vroeg starten met weiden
    Dit maximaliseert de benutting van hoogwaardige voorjaarskwaliteit.
  3. Rantsoen tijdig aanpassen
    Anticiperen op veranderingen voorkomt schommelingen in prestaties.
  4. Gerichte ruwvoerplanning
    Door bewust te maaien, inkuilen en voeren kan het rantsoen optimaal worden afgestemd op de actuele graskwaliteit.

Wilt u meer informatie over onze producten of een vrijblijvend adviesgesprek?

Neem dan contact op met een van onze specialisten.

Neem contact op

Deze website gebruikt cookies. Door OK te kiezen of gebruik te maken van deze website geeft u hiervoor toestemming. Kies ‘Instellingen wijzigen’ voor meer informatie.
Annuleren2