Mycotoxines
21 januari 2021Mycotoxines zijn schadelijke stoffen die in grondstoffen zitten, voornamelijk granen. Deze stoffen worden door schimmels geproduceerd en in kleine hoeveelheden zijn ze niet schadelijk. Wanneer waardes in het voer te hoog worden kan het productieresultaten verminderen, of uiteindelijk zelfs een giftige werking in de mens hebben. Dus niet alleen de gezondheid van de dieren, maar ook die van de consument loopt gevaar als het probleem met mycotoxines niet wordt aangepakt.
Mycotoxines: onzichtbare gifstoffen in het voer
Mycotoxines zijn niet met het blote oog te zien en dat maakt het lastig om te bepalen of ze in bepaalde grondstoffen voorkomen. Vaak wordt aan de hand van de hoeveelheid schimmels geschat of er schadelijke mycotoxines in het voer zitten. Helaas geeft dit een vertekend beeld. Schimmels kunnen namelijk uit grondstoffen verwijderd worden, maar mycotoxines blijven dan alsnog achter in dezelfde hoeveelheid. Andersom geldt ook dat er soms visueel gezien geen schimmels aanwezig zijn, maar dat betekent niet automatisch dat er ook geen mycotoxines in de grondstoffen zitten. Daarnaast zijn mycotoxines bestendig tegen verschillende voerverwerkingsprocessen, zoals verhitten. Toch zijn er wel maatregelen die genomen kunnen worden om het mycotoxine gehalte in het eindvoer zo veel mogelijk terug te dringen.
De eerste stap is het correct identificeren van de mycotoxines die op het bedrijf aanwezig zijn in het voer of de kuil. Dit kan aan de hand van het regelmatig analyseren van de kuil, het liefst voordat het gevoerd wordt aan de dieren. Hierbij is het wel van belang dat het kuilmonster vanaf verschillende plekken in de kuil genomen wordt. Mycotoxines zijn binnen een lading voer of binnen een kuil namelijk niet gelijkmatig verdeeld. Tijdens monstername is het dan ook lastig te bepalen wat het werkelijke mycotoxine gehalte is, zeker wanneer er maar enkele monsters genomen worden. Al in de plant zijn mycotoxines oneven verdeeld, wat alleen maar erger wordt tijdens transport en opslag. Hierdoor kunnen zogenaamde ‘hot spots’ ontstaan.
De tweede stap is het schonen en zeven van grondstoffen. Schimmels die mycotoxines produceren zitten over het algemeen aan de buitenkant van de gewassen, dus op de stengels en het kaf. Door deze delen al zoveel mogelijk uit de granen te verwijderen, kan een deel van de mycotoxines ook al verwijderd worden.
De derde stap is het toevoegen van mycotoxine-remmers aan het eindvoer. Dit zijn stoffen die in kleine hoeveelheden aan het voer toegevoegd kunnen worden. Mycotoxine-remmers binden zich aan mycotoxines en zorgen dat mycotoxines niet worden opgenomen in de bloedbaan en eventuele schade kunnen aanrichten in het dier. Hierdoor worden de mycotoxines onschadelijk gemaakt. Stoffen die ingezet worden als mycotoxine-remmers zijn onder andere klei, gistcellen of silicaten. Er is echter wel een klein risico dat deze stoffen niet alleen aan de mycotoxines, maar ook aan nutriënten binden en deze onbruikbaar maken voor het dier.
Wilt u meer informatie over onze producten of een vrijblijvend adviesgesprek?
Neem dan contact op met een van onze specialisten.
- Fennie Bouwknegt → Over Fennie
- Nutritionist
- 0572 345218
- fbouwknegt@booijinkveevoeders.nl
Wat zijn mycotoxines?
Mycotoxines zijn schadelijke metabolieten van schimmels en er zijn wel meer dan 400 verschillende soorten bekend. Metabolieten zijn restproducten van de stofwisseling van de schimmels. In bepaalde doses zijn mycotoxines giftig voor mensen en dieren en soms zijn ze overdraagbaar van dierlijke producten, zoals melk, naar mensen.
Hoe ontstaan mycotoxines?
Mycotoxines komen wereldwijd voor en bevinden zich vooral in granen en sojaproducten. Wisselende klimaatomstandigheden als de temperatuur en luchtvochtigheid hebben veel invloed op de aanwezigheid en groei van schimmels. Evenals beschadigingen aan de plant (door bijvoorbeeld wind/regen, maar ook mensen, insecten en dieren, zoals konijnen). Dit geeft schimmels ook meer kans om te gaan groeien in en op de planten. Daarnaast krijgen planten hierdoor ‘stress’, waardoor ze minder weerbaar zijn tegen schimmelgroei. Teeltrotatie, of vruchtwisseling, kan in sommige gevallen de mycotoxine gehaltes in de volgende oogst ook verhogen, omdat de mycotoxines ook in de grond gaan zitten. Zo zijn er bepaalde regio’s in verschillende landen/continenten waar het mycotoxine gehalte in de grond een stuk hoger ligt.
Waar en wanneer ontstaan mycotoxines?
Schimmels vormen zich voornamelijk wanneer de plant nog niet geoogst is. Meer dan 95% van de mycotoxines worden al in de plant gevormd. Tijdens het oogsten blijven de mycotoxine gehalten in het gewas constant. Een deel van de mycotoxines kunnen zich nog vormen tijdens de opslag van de grondstof. Wanneer er geen schimmel-remmende maatregelen worden genomen, blijft de schimmel aanwezig en zal het mycotoxine gehalte in veel gevallen toenemen. Schimmelgroei tijdens de opslag remmen kan door grondstoffen in ieder geval al koel en droog op te slaan. Wanneer ruwvoer wordt ingekuild kunnen er schimmeldodende stoffen ingemengd worden.
Soorten mycotoxines
Als er mycotoxines aanwezig zijn in een grondstof of kuil, is de kans groot dat het meer dan 1 soort is. Tussen verschillende soorten mycotoxines kan een samenwerking ontstaan, ook wel bekend als synergisme of co-contaminatie. Hierbij wordt de impact van de een nog extra versterkt door de aanwezigheid van de ander (1 + 1 = 3!). Ook bestaat er zoiets als ‘verborgen’ mycotoxines, deze zijn tijdens het testen niet als schadelijk gevonden, maar kunnen in het dier alsnog omgezet worden tot schadelijke toxines. Verder zijn er steeds meer nieuwe mycotoxines in opkomst, voornamelijk door klimaatverandering. Bovendien komen mycotoxines die eerder niet schadelijk waren, tegenwoordig in steeds grotere concentraties voor, waardoor ze nu wel schadelijk kunnen zijn (o.a. door langdurige droogte perioden).
Verschillende effecten van mycotoxines
Van de ruim 400 verschillende soorten die schade aan kunnen brengen in mens en dier, zijn er in Nederland toch maar een klein aantal mycotoxines die echt gevaarlijk zijn. Daarnaast is er een verschilt in gevoeligheid voor mycotoxines tussen diersoort. Zo zijn varkens, en met name speenbiggen, erg gevoelig voor mycotoxines. Herkauwers daarentegen, zijn een stuk minder gevoelig, omdat mycotoxines bij deze dieren al voor een groot deel onschadelijk gemaakt worden in de pens door pensmicroben.
Mycotoxines bij rundvee
Zoals eerder aangegeven kunnen sommige mycotoxines ook in melk en melkproducten terechtkomen. Een mycotoxine met deze eigenschap is aflatoxine, die vaak in lage doses voorkomt in ruwvoer zoals maissilage of hooi. Aflatoxine wordt geproduceerd door de schimmel Aspergillus. Voor deze mycotoxine zijn de maxima extra aangescherpt, omdat het overgedragen kan worden via de melk naar de mens. Bepaalde varianten, zoals aflatoxine B1, is in grote hoeveelheden kankerverwekkend bij mensen. In de koe kan een te hoog gehalte aan aflatoxines zorgen voor een verminderde pens functie, verminderde uiergezondheid, verhoogd celgetal, lagere resistentie tegen omgevings- en microbiële stressoren en verhoogde kans op gevoeligheid voor ziektes.
Andere veel voorkomende mycotoxines in het ruw- en krachtvoer van herkauwers zijn zearalenone metabolieten (ZEA) en deoxynivalenol (DON). ZEA heeft vooral een negatieve impact op reproductie eigenschappen van de koe, en kan bijvoorbeeld cysten veroorzaken. DON werkt meer op het verteringsstelsel, zoals de pens functie, en kan diarree veroorzaken maar ook mastitis en metritis (= baarmoeder(-wand) ontsteking).
Mycotoxines bij varkens
Mycotoxines in varkens hebben uiteenlopende effecten op verschillende lichaamsweefsels, zoals de lever, de reproductieorganen, het maagdarmkanaal, maar ook het immuun systeem. Ook zijn er zelfs bepaalde mycotoxines bekend die oor- en staartbijten kunnen veroorzaken.
Ook bij varkens zijn ZEA en DON veelvoorkomende mycotoxines. ZEA heeft onder andere negatieve effecten op de vruchtbaarheid, zo kan het zorgen voor meer doodgeboren biggen of zelfs abortus. DON heeft vooral effect op het maagdarmkanaal. Door de darmwand te beschadigen, wordt de voeropname verlaagt en gaat de voederconversie omhoog. Een andere mycotoxine die vaak problemen veroorzaakt bij varkens is Fumonisine (FUM). FUM komt voornamelijk in mais voor en kan schade aanbrengen in niet alleen de lever en alvleesklier, maar ook in de longen.
Mycotoxines bij jonge dieren
Ongeacht welke diersoort het is, jonge dieren zijn altijd gevoeliger voor mycotoxines. Jonge dieren, zoals kalveren of biggen die pas net gespeend zijn, hebben nog geen volgroeid maagdarmkanaal en eventueel een goed ontwikkelde pens. Ze zijn dan ook veel minder in staat om zelf mycotoxines onschadelijk te maken. Ook zullen ze heftiger reageren op mycotoxines, zelfs als deze in lagere doses voorkomen. Als extra hulpmiddel wordt er vaak in jongveevoeders nog extra kleimineralen toegevoegd, om de mycotoxines zoveel mogelijk te binden en onschadelijk te maken.
