Goede loop op robot door hoge ruwvoeropname
1 juni 2026De ontwikkeling van melkrobots heeft de laatste jaren niet stilgestaan. We zien steeds meer bedrijven die al melken met een robot, overstappen op robot melken of de keuze maken voor een nieuwer type melkrobot. Robot melken vraagt een andere manier van werken dan melken in de melkstal.
Goed robotbezoek
Om het maximale uit de robot te halen is het van belang dat de complete bedrijfsvoering goed op elkaar is afgestemd. Daarbij is het van belang om goed te kijken naar de bedrijfssituatie. Hoeveel koeien worden er gemolken, wat is de melkproductie per koe, wat is de bezetting per box, hoeveel vreetplekken zijn er beschikbaar aan het voerhek. Dit zijn zomaar een aantal aspecten die grote invloed hebben op het wel of niet slagen met een melkrobot. Vaak wordt er op robotbedrijven gesproken over de kilogrammen melk die geproduceerd worden (per koe) en het aantal melkingen. Dit zijn op zich twee belangrijke parameters, maar zeggen niet zoveel over hoe het nou daadwerkelijk loopt op het bedrijf. Om tot goede prestaties van uw koeien te komen is het van belang te zorgen voor goed én smakelijke kwaliteit ruwvoer. Een hogere en constantere opname van ruwvoer zorgt voor een betere loop op de robot. Het is daarbij ook van belang de juiste rassenkeuzes te maken voor zowel maïs als gras. Belangrijke aspecten daarbij zijn smakelijkheid, en een hoge celwandverteerbaarheid. Een hoge opname van ruwvoer zorgt voor actievere koeien en dus een hoger robotbezoek. Andersom werkt het ook zo. Wanneer er bijvoorbeeld broei optreedt aan het voerhek, is de kans groot dat de activiteit vermindert en dus bezoekfrequentie op de robot daalt.
Smakelijk voer
Voor een goed robotbezoek geldt voor krachtvoer eigenlijk hetzelfde als voor ruwvoer. Zorg voor voldoende smakelijkheid! Het is van belang dat de samenstelling van brok aansluit bij de rest van het rantsoen. Door middel van samenstelling, grondstofkeuze en eventueel toevoegingen van premixen en aroma’s kunnen we heel specifiek sturen op wat er gevraagd wordt in het rantsoen en wat wenselijk is om tot goede prestaties op de melkrobot te komen. De samenstelling van de krachtvoerders hebben dus ook een grote invloed op de activiteit en bezoekfrequentie van de koeien.
Instellingen melkrobot
De instellingen van de robot zelf hebben uiteraard ook veel effect op het aantal bezoeken en het aantal melkingen. Hierbij kunnen per systeem de toegang gereguleerd worden aan de hand van een tijdsinterval, of er kan gekeken worden naar de verwachte melkgift. Een koe vaker melken stimuleert de melkproductie. Het hoogst aantal melkingen of bezoeken is niet altijd het optimum. Het hoeft zeker geen streven te zijn naar het hoogste aantal melkingen! Na elke melkbeurt wordt er immers ook weer gespoeld, dit kost ook water, energie en uiteindelijk ook capaciteit. Het optimum verschilt per bedrijf. Het is afhankelijk van veel verschillende factoren waaronder het aantal koeien, productie per koe, melksnelheid, wel of geen weidegang, etcetera. Het aantal melkingen moet in relatie staan met de melkgift en het aantal dagen in lactatie. Daarom zijn de totale liters per robot veel interessanter. Hier wordt u als melkveehouder uiteindelijk op uitbetaald.
Robotanalyse
Vaak zien we dat wanneer de instellingen van de robot eenmaal ingesteld zijn, er niet vaak opnieuw naar gekeken wordt. Juist in de loop van de tijd is toch al het een en ander veranderd omtrent het voeren of de bezetting op de robot. Door hier eens kritisch naar te kijken is verbetering vaak mogelijk. Deze kritische blik kunnen we ook doen door middel van een robotanalyse. Dit kunnen we doen voor alle robotmerken die actief zijn in Nederland. Met dit programma kunnen de gegevens uit de robot computer worden ingelezen. Op deze manier is het mogelijk om op een andere manier naar de robotdata te kijken. Deze resultaten worden verwerkt in een rapport met daarbij een verbeterplan. Vanuit deze verkregen inzichten kunnen we vervolgens de instellingen op de robot aanpassen om zo verder te optimaliseren. Dit kan bijvoorbeeld betekenen dat de melktoegang wordt aangepast of bijvoorbeeld prioriteit voeren wordt aangezet óf juist wordt uitgezet. Dit zijn zomaar een paar eenvoudige voorbeelden.
Stalindeling voor de melkrobot
Pas vrij koeverkeer toe en geef de koeien veel ruimte! Houdt de volgende richtlijnen aan:
- Van robot tot eerste obstakel 4.5 meter
- Tussen twee rijen ligboxen 3 meter
- Achter het voerhek 4 meter
- Doorgang 2 meter
- Doorgang met drinkbak 4 meter
Het is belangrijk om vanuit de koe te blijven denken. Wat zijn haar wensen. Momenteel is het de mode om brede stallen de bouwen. Deze zijn echter wat lastiger te ventileren.
Doorgangen
Doorgangen betekent ruimte en vluchtwegen, hierdoor kunnen de ranglage dieren zich gemakkelijker en veiliger door de stal bewegen. Het advies is om na iedere 15 boxen een doorgang te maken. Aan het einde van de stal dient de doorgang minimaal 4 meter breed te zijn. Een nadeel van de vele doorgangen is dat dieren vaak lastiger te vinden zijn en moeilijker te vangen. Veel doorgangen betekent extra ruimte voor de dieren maar ook hogere kosten, waar een doorgang zit kan je geen ligboxen plaatsen.
Obstakels
Ieder obstakel zoals een hekje, een wachtruimte, selectiepoortje of de mestschuif is er een teveel.
Wachtruimte
De ideale wachtruimte is flexibel. Als er attentiedieren in gejaagd worden, dient de wachtruimte afgesloten te worden voor andere dieren. Wanneer alle attentiedieren gemolken zijn, dient de wachtruimte weer verwijderd te worden zodat er weer vrij koeverkeer plaats kan vinden. Het verdient de voorkeur, om in de wachtruimte water te verstrekken.
Watervoorziening
Het advies is voorraadbakken die gemakkelijk te reinigen zijn. De waterbakken dienen na de uitgang vanuit de robot gemakkelijk bereikbaar te zijn. Een koe drinkt graag direct na het melken.
Licht
Voldoende licht, vooral in en rond de robot, verhoogd de activiteit en dieren zullen zich gemakkelijker en zekerder bewegen. Advies is 16 uur licht (150- 200 lux) en 8 uur donker. De robot dient echter altijd voldoende verlicht te zijn. Goede verlichting betekent in de praktijk 1 TL lamp van 58 Watt per 20 m² op 5 meter hoogte.
Looplijnen
Lange looplijnen hoeven voor de dieren geen probleem te zijn. Koeien zijn gewend om grote afstanden te lopen, wel moet er in het achterhoofd gehouden worden, dat de dieren in staat moeten zijn de afstand te overbruggen.
Verminderde klauwgezondheid en obstakels onderweg zijn grote risicofactoren. In de ideale stal zijn de looplijnen richting de robot kort en de robot is gemakkelijk toegankelijk.
Advies op maat
Al met al zijn er dus veel verschillende factoren die invloed hebben op een goede loop op de robot. Deze factoren verschillen per bedrijf. Elk bedrijf steekt anders in elkaar en vraagt een andere aanpak, ook qua instellingen van de melkrobot. Wij kunnen u hierbij goed ondersteunen met advies en maatvoeders wat afgestemd is op de behoefte van koe én Boer(in). Heeft u interesse of wilt u meer weten wat wij hierin voor u kunnen betekenen? Neem dan contact op met uw adviseur van Booijink Veevoeders.
Wilt u meer informatie over onze producten of een vrijblijvend adviesgesprek?
Neem dan contact op met een van onze specialisten.
- René Mulders
- Specialist rundveehouderij
- 06 105 738 64
- rmulders@booijinkveevoeders.nl

