Ongewenst gedrag bij varkens
27 september 2023Oor- en staartbijten is een vervelend probleem in de varkenshouderij. Veel bedrijven hebben wel eens met dit “bijtprobleem” te maken gehad. Tot op heden wordt staart couperen en tanden slijpen veelal als maatregel genomen wanneer er veel last is van oor- en staartbijten, maar dit neemt het probleem niet weg en ook varkens met korte staarten bijten en worden gebeten. Oor- en staartbijten kan soms tot ernstige verwondingen zorgen en dus moet er actie ondernomen worden om dit zoveel mogelijk te verhelpen.
Laten eten in plaats van bijten
Oor- staartbijten is vaak een gevolg van een (te) stressvolle situatie. Hierbij kan je denken aan verplaatsing, voerovergangen, behandelingen etc. Bij speenbiggen is het bijvoorbeeld noodzakelijk dat de voerovergang geleidelijk verloopt. Als het voer niet voldoet, uiten speenbiggen snel hun onvrede als manipulatief of agressief gedrag naar hun hokgenoten. Het is dan ook essentieel dat voer niet als ‘laatste optie’ wordt gebruikt bij het voorkomen van bijtgedrag. Een aantal voerstrategieën die de kans op oor- staartbijten en/of de ernst van de verwondingen kan verminderen, zijn:
- Vezels. Door meer vezels in voer worden de speenbiggen gestimuleerd om (langer) te kauwen om hun voedsel te verteren. Ook zorgen vezels voor een langer verzadigd gevoel en verlaagt het de kans op maagzweren. Om dit verzadigde gevoel te krijgen, moeten varkens wel meer voedsel opnemen aangezien het totale energieniveau van het voer daalt. Hierdoor spenderen ze meer tijd met vreten, wat de kans op staartbijten verlaagd (vreten is deels ook afleiding).
- Magnesium. Magnesium speelt een rol in het stressmetabolisme en beïnvloedt bepaalde neurotransmitters, stoffen die signalen doorgeven in het lichaam. Een tekort aan magnesium kan leiden tot angst en depressie, wat zorgt voor meer stress wat mogelijk geuit kan worden in staartbijten. Zeker wanneer het ‘de druppel is die de emmer doet overlopen’.
- Mycotoxines. Mycotoxines zijn juist stoffen die je niet in het voer wil hebben. Mycotoxines zijn gifstoffen die door bepaalde schimmels in grondstoffen aangemaakt kunnen worden en necrose kunnen veroorzaken. Necrose aan oren of staartpunten zijn vaak aanzet voor andere biggen om te gaan bijten. Door gebruik te maken van geschoonde granen kan het gehalte aan gifstoffen met 80% worden verlaagd. Daarnaast is een schone opslag ook belangrijk. Het regelmatig leegkomen en schoonhouden van een silo en het gebruik van een propshot (toxinebinder), zorgt voor een lage toxine druk.
Voer is dus een zeer belangrijke factor, zelfs al in de periode voor het spenen. Wanneer biggen onvoldoende gewend zijn aan vast voer, zal het speenmoment ook minder soepel lopen, wat vaak leidt tot meer stressvolle situaties, diarree en groeiachterstand. Al deze onrust in de afdelingen kan de kans op een bijtuitbraak vergroten. Het is dus essentieel dat voeren rondom spenen zo goed mogelijk verloopt!
Waarom bijten varkens elkaar?
Oor- en staartbijten is een multifactorieel probleem wat meestal tijdens de biggenopfok ontstaat, in de eerst weken na het spenen. Op den duur kan het bijten voor verwondingen zorgen, wat biggen en vleesvarkens alleen maar meer aantrekt tot bijten, door de geur en smaak van bloed. Bijten loopt vaak uit tot infecties, waardoor een groeiachterstand kan optreden en abcessen kunnen ontstaan, die verlamming en uitval tot gevolg hebben.
Ontstaan van staartbijten
Het bijten in staarten en oren is een manipulatieve gedraging vaak gezien bij speenbiggen en vleesvarkens. Het kan verschillende oorzaken hebben. Vaak kan de aanzet om te gaan bijten gezien worden als een langzaam vollopende emmer, die als het dier teveel stress ervaart, kan overlopen. Onderliggende oorzaken van het bijten zijn in twee hoofdgroepen te verdelen.
- Vanuit stress en frustratie
- Vanuit onderzoek-/exploratiegedrag

De eerste variant komt meestal op een wat latere leeftijd voor en kan ook plotseling opkomen. Dit is bij varkens die gefrustreerd zijn en agressief reageren omdat er bijvoorbeeld teveel competitie is voor een voer- of ligplek.
De tweede variant kan al vroeg voorkomen, zelfs al in de kraamstal. Deze variant komt voort uit een natuurlijke behoefte om te foerageren en te onderzoeken. In het begin is er meestal ook geen schade aan de staarten of oren, maar zodra een oor of staart beschadigd raakt en bloedt, zal het bijten verergeren. Mede doordat varkens aangetrokken worden door de geur en smaak van bloed.
Herkennen van signalen
Ongeacht de variant, is de beste manier om oor- en staartbijten onder controle te houden door continu te observeren en vroege signalen te herkennen. Zodra er speenbiggen of vleesvarkens zijn met kapotte, bloedende staarten of oren, ben je al te laat. Enkele vroege signalen zijn:
- Gillende biggen. Gebeten worden doet pijn en biggen zullen dan zeker gegil produceren;
- Hangende staarten. Dit is lastig te zien wanneer er ‘preventief’ gecoupeerd wordt, maar varkens met hangende staarten proberen deze te verstoppen. Dit is vaak een teken van onvrede veelal veroorzaakt door een bijter;
- Competitie rondom voerplekken. Te weinig voer, te weinig voerplekken, of te weinig vers/smakelijk voer kunnen leiden tot frustratie en agressie;
- Gebrek aan of onvoldoende hokverrijking. Biggen zijn erg nieuwsgierige wezens en altijd op zoek naar nieuwe voorwerpen om te exploreren. Wanneer deze mogelijkheid er onvoldoende is, uiten ze dit exploreergedrag op hun hokgenoten.
Ingrijpen bij staartbijten
Wanneer oor- en staartbijten wordt gedetecteerd, moet er adequaat gehandeld worden. De eerste stap hierbij is het verwijderen van de bijter. Wanneer dit echt in een vroeg stadium gebeurt, is het bijtprobleem meestal daarmee al opgelost. Helaas is het vaak lastig te identificeren welk dier de bijter is, aangezien biggen die gebeten worden als reactie terug kunnen gaan bijten. Verdere maatregelen die genomen kunnen worden zijn:
- Extra voer aanbieden, eventueel ook via de vloer;
- Een zout-/liksteen ophangen, als verrijking maar ook als afleiding van eventueel bloedende staarten (bloed is ook zout!);
- Verstrekken van meer verrijkingsmateriaal;
- Extra ruwvoer (bijvoorbeeld stro) of aarde aanbieden zodat biggen daar in kunnen ‘wroeten’.
Voorkomen is beter dan genezen
Routinematig couperen van varkensstaarten en tanden slijpen is in Nederland wettelijk verboden. Alleen met een verklaring van de dierenarts is het toegestaan staarten te couperen of tanden te slijpen. Oor- en staartbijten voorkomen zonder te couperen en te slijpen blijkt tot op heden heel erg lastig. Vandaar dat dierenartsen vanuit welzijnsoverwegingen nu nog vaak een verklaring af geven. Echter, oor- en staartbijten kan ook voorkomen zelfs al zijn de staarten gecoupeerd en de tanden geslepen. Het is dan ook van belang om risicofactoren op te sporen en voortijdig aan te pakken.
Diergezondheid
Niet alleen voer, maar ook de gezondheid van de biggen is van belang wanneer men het staartbijten wil aanpakken. Naast mycotoxines, bestaan er ook endotoxines. Dit zijn gifstoffen die door darmbacteriën in het eigen lichaam aangemaakt kunnen worden. Ook endotoxines kunnen oor- en staartnecrose veroorzaken. Wanneer de darmbacteriën niet in balans zijn, heeft vaak één bepaalde soort bacterie de kans om zich rap te vermenigvuldigen. Door deze verstoring worden veel endotoxines aangemaakt en de maagdarmvertering aangetast. Dit kan leiden tot diarree, verminderde eetlust, onvrede en stress. Verder zorgen ziektes vaak voor meer stress en zullen zieke dieren minder snel weglopen wanneer ze gebeten worden. Het is dus van belang om de diergezondheid zo optimaal mogelijk te houden wil men het staartbijtprobleem aanpakken.
Management
De meest uiteenlopende risicofactor van oor- en staartbijten is het management. Huisvesting moet aan bepaalde eisen voldoen, het klimaat moet goed afgestemd zijn en de handelingen met dieren moeten zo rustig mogelijk uitgevoerd worden. Tot op heden is er nog geen permanente oplossing voor bijten gevonden. Ook op biologische bedrijven met uitloop en strohokken, komt oor- en staartbijten incidenteel voor. De meest bekende handeling om bijten te verminderen is het aanbieden van voldoende, adequaat verrijkingsmateriaal wat zoveel mogelijk voldoet aan natuurlijke omstandigheden van varkens. Daarnaast spelen de huisvesting en het stalklimaat een grote rol. Volle hokken met te weinig ruimte per varken kan vaak ook leiden tot agressief en stereotype gedrag. Grote temperatuurverschillen buiten kunnen ongemerkt ook veel invloed hebben op de temperatuur binnen in de stal. Ook kunnen bepaalde hokken op de tocht liggen door teveel ventilatie, of er is juist te weinig ventilatie wat tot te hoge CO2 en ammoniakwaardes kan leiden. Regelmatig een klimaatcheck uitvoeren kan geen kwaad en hiermee kunnen een aantal risicofactoren uitgesloten worden.
Wilt u meer informatie over onze producten of een vrijblijvend adviesgesprek?
Neem dan contact op met een van onze specialisten.
- Walter Wagenmans
- Specialist varkenshouderij
- 06 537 680 32
- wwagenmans@booijinkveevoeders.nl

