Meststoffen

Door strenger wordende bemestingsnormen is het steeds belangrijker om efficiënter met onze meststoffen om te gaan. Dit betekent dat we moeten zorgen voor een goede benutting. Voor het uitrijden van drijfmest is het dus van belang rekening te houden met de omstandigheden.

Het begint met het analyseren van de mest. Als u niet weet wat er in zit, kunt u ook niet weten wat u geeft. De gehaltes in drijfmest variëren sterk tussen verschillende bedrijven. Neem daarom voor het uitrijden een mestmonster en laat dit analyseren. Zo weet u wat u daadwerkelijk bemest.

Daarnaast is van belang om emissie (ammoniak) en uitspoeling van stikstof tegen te gaan. Stikstof in nitraat kan onder invloed van neerslag uitspoelen.  Om uitspoeling tegen te gaan kunt u Piadin toevoegen. Piadin is een nitrificatieremmer die ervoor zorgt dat de omzetting van ammonium stikstof in nitraat stikstof geleidelijker verloopt. Ammoniumstikstof is stabiel en spoelt vrijwel niet uit, ammoniumstikstof kan wel worden opgenomen door de plant, de plant heeft dus nooit een stikstof tekort.

Klik hier voor de volledige werking van Piadin.

De toevoeging met Piadin wordt ook toegepast in een aantal vloeibare kunstmestsoorten.  Naast de drijfmest gift is de gift van kunstmest van belang voor een goede opbrengst. Kijk hiervoor op het tabblad kunstmeststoffen.

In drijf- en kunstmest zitten diverse mineralen & sporenelementen. Hieronder staat kort beschreven waar deze elementen voor dienen.

Stikstof. Het hoofdelement voor de gewasgroei is stikstof. Door het strooien van stikstof wordt de groeisnelheid van het gewas verhoogd. Gras kan stikstof in de ammoniakale vorm en in de vorm van nitraat opnemen. Bij bodemtemperaturen hoger dan 12 graden Celsius neemt het grasgewas voornamelijk nitraat op. Bij deze temperaturen wordt de ammoniakstikstof in de bodem snel omgezet in nitraat. In het voorjaar neemt gras voornamelijk ammonium op bij bodemtemperaturen beneden de 12 graden Celcius. Alle voorjaarsmeststoffen met fosfaat en zwavel bevatten daarom meer ammonium stikstof.

Fosfaat. Fosfaat stimuleert de wortelgroei en de beginontwikkeling van gras. Fosfaat is daarnaast een belangrijk onderdeel van eiwitten. In het vroege voorjaar komt fosfaat uit de bodem te langzaam beschikbaar voor de grasgroei. Kunstmestfosfaat is snel beschikbaar voor de plantengroei. Het bevordert de grasgroei. Hierdoor beschikt u eerder over een maai- en weidesnede.

Kalium. De waterhuishouding in de plant wordt geregeld door Kalium. Bij een goede voorziening van kalium worden planten minder gevoelig voor droogte. Bij een tekort van kalium neemt de grasproductie duidelijk af. Verder activeert kalium enzymen die de vorming van suikers en zetmeel (koolhydraten) regelen.

Magnesium. De belangrijkste functie van magnesium is nodig bij de vorming van bladgroen. Daarnaast speelt magnesium een belangrijke rol in de gezondheid van het vee. Een magnesiumgebrek leidt tot kopziekte bij de koeien. Dit komt met name voor op percelen waar, vaak uit een te hoge rundveedrijfmest gift, te veel kalium is bemest.

Zwavel. Zwavelgebrek is te herkennen aan een geelverkleuring van de jonge bladeren. De symptomen lijken veel op een stikstofgebrek. De kans op zwavelgebrek is in het voorjaar het grootst. De grootste opbrengst wordt bereikt door een deling van de zwavelbemesting over de eerste en de tweede snede. Zwavel is een belangrijk onderdeel van eiwitten. Het beïnvloedt daarmee de voederkwaliteit van gras.

Natrium. Natrium beïnvloedt de smakelijkheid van het gras. Het verhoogt de grasopname door vee. Een natrium bemesting resulteert in een kortere stoppel en een hogere grasopname door het vee. Dit resulteert bij vee in hogere melkgiften. Deze effecten worden ook gevonden bij natrium gehaltes > 5 g/kg ds. Natrium beïnvloedt de groei van het gras niet. Een bemesting met natrium zorgt voor een andere minerale samenstelling van het gras. Bij een hoge beschikbaarheid van kalium wordt het K2O-gehalte van het gras door een natriumbemesting verlaagd.

Sporenelementen. De sporenelementen koper, kobalt en selenium hebben geen invloed op de gewasgroei zoals stikstof, fosfaat, kali, magnesium en zwavel. Het belang van een goede voorziening van het gras met de elementen koper, kobalt en selenium is hun invloed op de gezondheid van het vee. Hieronder zijn de gezondheidsproblemen op een rijtje gezet die kunnen ontstaan bij een gebrek:

  • Problemen met Vitamine B productie en penswerking door kobalt (Co) gebrek
  • Problemen met vruchtbaarheid, groei en vetpercentage door koper (Cu) gebrek
  • Algehele weerstand, uiergezondheid en vruchtbaarheidsproblemen door een Selenium (Se) gebrek 

Voor meer informatie over bemesting kunt u contact met ons opnemen.