Teelt van maïs

Maïs is een gewas dat in veel bouwplannen voorkomt. Een goede teelt van maïs is van afhankelijk van verschillende factoren. Die factoren gaan we hieronder bespreken.

Temperatuur

Het zaaitijdstip van maïs dient voor een groot deel afhankelijk te zijn van de bodemtemperatuur. Om maïs te laten kiemen dient de bodemtemperatuur minimaal 8-10 graden Celsius te zijn. De bodemtemperatuur verschilt per regio en per grondsoort maar de zaaitemperatuur wordt grotendeels gehaald tussen 20 april en 1 mei. Bij een te lage bodemtemperatuur is de kans op plantuitval groter. Een later tijdstip (na 15 mei) heeft gevolgen voor zowel de opbrengst als de kwaliteit. Zaaien na 15 mei resulteert in het algemeen in een lagere opbrengst, een lager drogestofgehalte en een lager zetmeelgehalte. Daarom is het dus belangrijk om ervoor te zorgen dat de maïs optijd gezaaid wordt mits de omstandigheden optimaal zijn.

pH

Voor een goede opname van voedingsstoffen is de pH van cruciaal belang. De optimale pH ligt voor zandgronden tussen de 4,8 en 5,5. Voor veengrond ligt dit tussen de 4,6 en 5,2.  Een lagere pH remt de opname van voedingstoffen, hierdoor kunnen tijdens het groeiseizoen gebreken optreden. Denk hierbij aan doffe bladkleur, dorre bladpunten en onvolledige kolfvulling. Bij een te lage pH kan er aan kalkbemesting worden gedaan om de pH weer op peil te krijgen. Als richtlijn ben je ongeveer 400 kg kalk nodig voor 0,1 pH verhoging (afhankelijk van grondsoort en organische stof gehalte). Bij een pH van 4,5 dient er dus 7x400 kg kalk te worden gegeven om een pH van 5,2 te realiseren. 

Bemesting

Door steeds strenger wordende bemestingsnormen, wordt het steeds belangrijker om de meststof op het juiste moment en op de juiste plaats beschikbaar te hebben voor de plant. Bij bedrijven met derogatie is het niet meer toegestaan om fosfaat in de rij bij te bemesten. Dit is voor de beginontwikkeling van de plant (wortelgroei) wel van belang. Om dit te compenseren zijn er verschillende maïsmeststoffen ontwikkeld waardoor het fosfaat in de bodem beter beschikbaar komt klik hier voor ons maïsmestassortiment.

Maïs is een gewas die veel kali en magnesium onttrekt aan de grond. Kali is van belang voor een goede waterhuishouding en benutting van alle nutriënten. Magnesium speelt evenals borium een belangrijke rol bij de korrelvulling. Bij een goed snijmaïsgewas kan er tussen de 250 en 350 kg kali worden onttrokken.  Door strengere mestwetgeving wordt er minder drijfmest op het bouwland uitgereden. Het kali gehalte van drijfmest kan variëren tussen de 4 en 7 kg per ton. Door deze verschillende factoren treden er grote verschillen op in de totale kaligift op bouwland. Hieronder ziet u verschillende voorbeelden per hectare om bovenstaand duidelijk te maken. 

Raskeuze

Verschillende factoren spelen een rol bij de keuze van het maïsras.

 -        Wat zijn de mogelijkheden op uw grond?

          • Laat uw keuze afhangen van de grondsoort en grondslag, kies bij nattere percelen voor een vroeg ras met een goede beginontwikkeling en goede stengelrotresistentie.

 -        Wat is het doel van de maïsteelt?

          • Gaat u voor voederwaarde of voor opbrengst? 

-        Welke maïs past het best in mijn rantsoen?

          • Kijk naar het aandeel maïs in het rantsoen. Eigenlijk kan alleen bij maïsrijke (meer dan 60%) rantsoenen het zetmeelaanbod te hoog worden.

Waterhuishouding

Zorg voor voldoende afwateringsmogelijkheden van percelen. Wanneer de waterhuishouding niet op orde is kan dit in de herfst en winter leiden tot water op het land en in de zomer tot minder aanvoer van water richting het perceel. Wanneer de waterhuishouding niet op orde is resulteert dit in bodemverdichting en verslemping van de grond. Hierdoor is het voor de plant lastig om zich goed te wortelen in de grond waardoor de plant minder goed in staat is om nutriënten uit de bodem op te nemen.

Onkruidbestrijding

Maïs heeft ongeveer 8 weken nodig voor een volledige grondbedekking. Wanneer de maïs nog niet de volledige grondbedekking heeft gerealiseerd is er concurrentie van onkruiden om licht, vocht en nutriënten. Na ongeveer 8 weken, als de maïs de grond volledig heeft bedekt, heeft de maïs geen last meer van onkruiden.  Rassen met een hoog cijfer voor beginontwikkeling bereiken over het algemeen 2 tot 3 weken eerder een volledige bedekking dan rassen met een laag cijfer. Onkruidbestrijding is zeer belangrijk voor de teelt van maïs. Een perceel maïs moet schoon zijn en schoon blijven voor een maximale opbrengst. De aanleg van bijvoorbeeld het aantal korrels wordt al in een vroeg stadium van de plant bepaald.

Onkruidbestrijding kan op verschillende manieren worden toegepast, hierin wordt onderscheid gemaakt tussen mechanische en chemische bestrijding. Vaak kan een chemische onkruidbestrijding met één werkgang volstaan. Mechanisch vraagt vaak meer werkgangen, ook de machine keuze en de afstelling van de machine speelt een belangrijke rol bij het wel of niet slagen van de bestrijding. Bij het chemisch bestrijden van onkruid is het moment van spuiten van groot belang voor de opbrengst. Vroeg spuiten (3e – 4e bladstadium) ten opzichte van een late onkruidbestrijding (5e -6e bladstadium) levert een meeropbrengst op door het vroeg uitschakelen van het onkruid. Tijdens de onkruidbespuiting kan er tevens een bladbemesting worden  toegepast. Een bladbemesting kan met Epso Microtop, klik hier voor de werking en de samenstelling van Epso Microtop. 

Groenbemesting

Na de maïsoogst is het zaak om goed geslaagde groenbemester te telen. Een goed vanggewas kan ongeveer 30 kg stikstof binden. Hierdoor spoelt er minder stikstof uit en komt de stikstof beschikbaar voor de teelt van maïs. Een vanggewas dient zo snel mogelijk na de oogst van maïs te worden gezaaid. Hierdoor heeft het vanggewas een grotere slagingskans om voldoende bedekt de winter in te gaan. Als vanggewas wordt veelal rogge, of Italiaans raaigras gebruikt.  Rogge kan over het algemeen koude winters iets beter doorstaan dan Italiaans raaigras.