Mastitis: optimale uiergezondheid voor een hoge melkproductie
10 mei 2024Een veelvoorkomende aandoening bij melkkoeien is een uierontsteking, ook wel bekend als mastitis. Mastitis zorgt voor een ontsteking in de uier van de koe, vaak aanwezig in een of meerdere kwartieren. Niet alleen koeien kunnen mastitis krijgen, ook bij andere zoogdieren en zelfs bij mensen kan het voorkomen. Mastitis is een vervelende infectie die een grote economische impact kan hebben. Het brengt vaak hoge medicijnkosten met zich mee en tegelijkertijd zorgt het voor een lagere melkproductie. Bij ernstige gevallen moeten koeien zelfs afgevoerd worden.
Rantsoen heeft invloed op de uiergezondheid
Een goede uiergezondheid kan in stand gehouden worden door aan de ene kant de infectiedruk zoveel mogelijk te verlagen en aan de andere kant de weerstand van de koe te verhogen. Verschillende vitamines en sporenelementen spelen een rol bij de weerstand van koeien. Niet alleen voor een goede uiergezondheid, maar ook voor de vruchtbaarheid en gezonde klauwen zijn de sporenelementen koper, zink, selenium en mangaan van belang. Bij een tekort aan een of meerdere elementen zal het immuunsysteem als eerste benadeeld worden. Hierdoor stijgt het celgetal in de melk en treden er ontstekingen op. Vitamines zoals vitamine E en C staan erom bekend dat ze het immuunsysteem versterken en moeten voldoende verstrekt worden via het rantsoen.
Tijdens de droogstand krijgt het uierweefsel tijd om te herstellen, waarbij een goed uitgebalanceerd droogstandsrantsoen bijdraagt aan een goede uiergezondheid. De transitieperiode is altijd een kritieke periode, waarin een koe net na afkalven in een negatieve energiebalans (NEB) komt. Een NEB heeft directe gevolgen voor de immuniteit van de koe. Doordat er minder energie beschikbaar is en er zoveel mogelijk energie richting melkproductie gaat, heeft de koe een verminderde weerstand en is gevoeliger voor infecties, zoals uierontstekingen. Door een goed, smakelijk rantsoen aan te bieden kan de periode van een NEB verkleind worden.
Daarnaast moet er gelet worden opdat koeien geen calciumtekort krijgen net na afkalven. Bij ernstige gevallen van melkziekte, zullen koeien veel liggen en niet willen opstaan. Door veel op de uier te liggen, wordt de kans op ontstekingen vergroot.
Als laatst moet men rekening houden met mycotoxines in het voer. Bepaalde mycotoxines, zoals aflatoxine of DON, kunnen zorgen voor een verminderde pens functie, verminderde uiergezondheid, verhoogd celgetal, lagere resistentie en verhoogde kans op gevoeligheid voor ziektes.
Mastitis: Hoe en wat?
Mastitis ontstaat wanneer er onbalans is tussen de infectiedruk en de weerstand van de koe. Wanneer de infectiedruk te hoog wordt en/of de weestand van de koe te laag, is het risico hoog op een uierontsteking. Daarnaast is mastitis een multifactorieel probleem, wat het lastig maakt om het terug te leiden naar een enkele factor.
Verschillende bacteriën
De uierontsteking zelf wordt altijd veroorzaakt door de aanwezigheid van een of meerdere bacteriën. Deze bacteriën zijn onder te verdelen in twee groepen: de koegebonden bacteriën en de omgevingsgebonden bacteriën. Koegebonden bacteriën verspreiden zich van koe naar koe, via de melk. Besmettingen vinden plaats via de melkstal of melkrobot, wanneer deze niet goed wordt gereinigd. Een voorbeeld van een bacterie die extreem koegebonden is, is Streptococcus Agalactiae. Omgevingsgebonden bacteriën, zoals E. Coli, komen vanuit de omgeving, zoals de mest, het water of het ligbedstrooisel. Infecties kunnen vooral ontstaan wanneer een koe erin ligt. Denk aan vuile ligbedden, maar ook de gangpaden.

Klinisch en subklinisch
Mastitis komt zowel klinisch als subklinisch voor. De subklinische variant is niet direct zichtbaar en de koe vertoont geen duidelijke symptomen. Maar, de bacteriën zijn wel aanwezig en veroorzaken een ontsteking en een afweerreactie bij de koe. Hierdoor is bij subklinische mastitis wel altijd een verhoogd (tank)celgetal terug te vinden.
Wanneer er een ontsteking is in de uier, stijgen bepaalde immuun cellen in de melk. Deze cellen worden gemeten en zijn ook wel bekend als het celgetal. Het celgetal kan gemeten worden in de tankmelk, per koe en zelfs per kwartier. Wanneer het celgetal voor een koe boven de 100.000 is, kan het al voor melkproductieverliezen gaan zorgen. Bij elke verdubbeling van het celgetal, loopt de melkproductie met gemiddeld 2 liter per koe per dag terug.
De klinische variant gaat vaak gepaard met een hoog celgetal. Hoe hoger het celgetal is, hoe hoger de kans op klinische mastitis en hoe ernstiger de infectie. Bij de klinische variant zijn dan ook zichtbare afwijkingen aanwezig. Dit is te zien aan de koe, zoals koorts en minder eetlust, aan de melk, zoals vlokken in de melk, en/of aan de uiers, zoals rode, ontstoken speenpunten. Hoe meer zichtbare afwijkingen, hoe erger de uierontsteking is. In sommige gevallen moet de aangedane koe zelfs worden afgevoerd.

Mastitis behandeling
Een uierontsteking verdwijnt niet uit zichzelf en gepaste behandeling is nodig. In veel gevallen is een behandeling met antibiotica voldoende, maar niet alle bacteriën reageren op elke soort antibiotica. Dit komt doordat verschillende bacteriën en antibiotica op diverse manieren werken, maar ook door het groeiend aantal antibioticaresistente bacteriën. Het is belangrijk dat er effectief en efficiënt gehandeld wordt. Door te onderzoeken hoe ernstig de ontsteking is en welke bacteriën een rol spelen, kan er gericht behandeld worden. Om de effectiviteit te bepalen is naderhand evaluatie van de behandeling noodzakelijk.
Wat te behandelen?
Er kan op meerdere manieren behandeld worden. Een anti-microbiële behandeling met antibiotica richt zich direct tegen de bacterien. Een anti-inflammatoire behandeling, met pijnstillers en/of ontstekingsremmers richt zich op de koe en verlicht haar van de pijn van de ontsteking. Daarnaast zijn er ook ondersteunende middelen die de koe helpen te ‘overleven’, ook na de infectie. Dit soort middelen zorgen dat ze sneller weer de oude is. Afhankelijk van de ernst van de ontsteking wordt er een combinatie gemaakt van meerdere behandelmethoden.
Risico’s verkleinen
Het doel is om de risico’s op mastitis zoveel mogelijk te verkleinen en de koppel gezond te houden. Hierbij zijn 3 punten van belang: de duur van de infectie, de risico op verspreiding van bacteriën en het risico dat een koe een uierontsteking op kan lopen. Om de duur van de infectie bij een koe te verkleinen is de eerste stap altijd behandelen. Gerichte behandeling met de juiste antibiotica en pijnstillers is vaak voldoende mits men er op tijd bij is. Wanneer de ontsteking al langer aanwezig is, of in meerdere speenpunten, moet de koe soms afgevoerd worden.
Om verspreiding van de bacteriën zoveel mogelijk te voorkomen, is een goed hygiëneprotocol noodzakelijk. In de melkstal of -robot is het van belang dat de melkprocedure hygiënisch verloopt en dat er tussendoor gedesinfecteerd wordt om verspreiding van koegebonden bacteriën tegen te gaan. Verder zijn schone, droge ligbedden cruciaal om verspreiding van omgevingsgebonden bacteriën te voorkomen.
Om per koe de risico’s op ontsteking te verkleinen, zijn bovenstaande hygiëne protocollen nodig. Wanneer een koe eenmaal mastitis heeft gehad, is het steeds lastiger om nieuwe infecties te voorkomen en kan het soms leiden tot chronische mastitis. Daarnaast zijn sommige dieren vatbaarder voor infecties dan andere, door een lagere weerstand of andere koefactoren zoals leeftijd.

Koefactoren
Hoe vatbaar koeien kunnen zijn voor een uierinfectie hangt naast de omgeving ook veel af van de koe zelf. Zoals haar leeftijd, een oudere koe heeft meer kans op mastitis dan een vaars. Maar ook haar bloedwaarden en stofwisseling spelen een rol. Als een koe zich in een ernstige of langdurige negatieve energiebalans bevindt, kan ze haar immuunsysteem niet goed onderhouden en daalt de weerstand. Ook wanneer er al andere (stofwisseling)ziektes spelen, zoals slepende melkziekte, is het risico op een uierontsteking vaak groter. Het is dus van belang om de koe zo gezond mogelijk te houden en haar wanneer nodig te ondersteunen in haar weerstand.
Wilt u meer informatie over onze producten of een vrijblijvend adviesgesprek?
Neem dan contact op met een van onze specialisten.
- Martin Damhuis → Over Martin
- Nutritionist rundveevoeders, specialist rundveehouderij
- 06 107 571 42
- mdamhuis@booijinkveevoeders.nl

